Het Parool, maart 2017
 

 

 

Meeuwen in de stad: 'Krengen?

Dat bedoel ik positief

 


 

 



 

Rotvogels, zeggen sommigen. Maar Gerard Schoone maakte duizenden foto’s van meeuwen. Tegen het decor van de Amsterdamse binnenstad.

  

Dat gekrijs, die kraaloogjes; de meeuw is bepaald niet de lieveling van de gemiddelde Amsterdammer. Maar de brutale vogel combineert goed met de eeuwenoude binnenstad, zag fotograaf Gerard Schoone.

 

 DOOR: MARC KRUYSWIJK 26 MAART 2017, 15:00

 

Hij is géén vogelaar. Nog een keertje: géén vogelaar. Niet dus, niks daarvan. Dat ­Gerard Schoone duizenden foto's van meeuwen maakte, heeft niets te maken met een mogelijk obsessieve fixatie voor de vogel in het algemeen of de meeuw in het bijzonder. 

Van die heel precieze foto's, waar elk minuscuul detail van de beesten vanuit drie verschillende hoeken kan worden bekeken: dat was niet de bedoeling. En het moet gezegd, dat is het ook niet ­geworden.

Wat de foto's van de 64-jarige Amsterdammer wél zijn: spannende plaatjes van luchtacrobatiek tegen het decor van de eeuwenoude binnenstad. Op de voorgrond behoorlijke grote vogels die zich in volle vlucht in ingewikkeldere houdingen kunnen voortbewegen dan je voor mogelijk had gehouden. 

Het zijn ook beelden van best wel een beetje agressieve beesten, zo op het oog. En vooral: ze zijn veel dichterbij dan gebruikelijk. En dan je zou willen.

 


 

Gerard Schoone: ‘Het gaat zo enorm snel, ze maken zulke wonderlijke bochten.

 


 

Daarachter: de stad. De Wallen, in vrijwel alle gevallen. De Sint Nicolaaskerk op de achtergrond, of de Oude Kerk, daar opzij. Er is water, er zijn kades en heel in de verte is er een enkele voorbijganger. 

Soms is het Hollands licht, ten voeten uit. Dan weer zijn de kerktorens in nevelen ­gehuld. Samen, de meeuw en de stad, het object en het decor, tonen Schoones foto's Amsterdam op zijn mooist.

Enge vogels
De meeuw is niet de lievelingsvogel van de Amsterdammer, hooguit de stadsduif heeft een beroerder imago. Meeuwen zijn best groot voor dieren in het wild. Ze hebben van die gemenige kraaloogjes, waarmee ze onbetrouwbaar in het rond kijken. En ze maken niet zelden een teringherrie, met dat gekrijs van ze, als er eens iets aan de hand is.

Schoone heeft de vraag al regelmatig gehad: waarom meeuwen? "Veel mensen zeggen het tegen me: ik háát meeuwen. Ze vinden het geluid dat ze maken vreselijk. Ik denk dat veel mensen het ook enge ­vogels vinden."

 

 

-

Zelf dacht hij er hooguit een klein beetje genuanceerder over. Met meeuwen had Schoone niet veel. Hoewel voor hem het gekrijs altijd al iets vertrouwds heeft gehad. "Zo'n hele troep, allemaal lawaai makend, dat heeft ook wel iets oerachtigs."


Toen Schoone afgelopen jaar zijn baan als biomedisch laborant bij het Tropeninstituut verloor, besloot hij dat dat vooral mogelijkheden schiep. Meer tijd voor het ontwerpen van onder meer lampen en vooral ook voor die oude passie: de fotografie. Iets Amsterdams, dat moest het worden. Maar niet zo geijkt. "Mijn stadsfoto's waren het elke keer nét niet. Toen wist ik: het moet Amsterdam zijn, maar dan met een element toegevoegd."

Meeuwen dus. Niet de duif, die city­slicker die pas op het allerlaatste ­moment opvliegt van het fietspad, maar zijn witte collega. Brutale beesten, maar net een beetje op een afwachtende manier. De stad en de vogel dus. Niet het een of het ander, maar samen. Stadsgezichten met meeuw.

Een keer of vijftien inmiddels fietste Schoone vanaf zijn woonboot aan de uiterste westelijke rand van de stad naar het centrum - een heel gesneden wit en zijn groothoek­lens achterop. Naar de Wallen met name. Om de kans op precies een goede foto te vergroten.

 

 

 

 Gerard Schoone: ‘Ik wilde die krengen echt dichtbij hebben.’

 

 "Ik wilde ze echt recht van voren; ik wilde ze in de ogen kunnen kijken. Op andere plekken zijn ze minder brutaal heb ik de indruk. Ze komen dan meer van achteren, terwijl ze aan de randen van de rosse buurt van voren recht op je af vliegen."


Acrobaten
Meeuwen in actie vastleggen is een zaak van lange adem, een soort sportfotografie: een stuk of duizend keer per sessie drukte hij wel af. "Ik schat dat 95 procent van wat ik maakte om te beginnen al slecht was. En ervaring is niet per se een garantie voor beter beeld: de laatste keer dat ik er was, maakte ik niet één geslaagde foto."

"Het is een kwestie van brood omhoog gooien en klikken. Happy go lucky. Het gaat zó enorm snel, ze maken zulke wonderlijke bochten, dat komt vaker niet dan wel goed op beeld. Ik stond dan af en toe ­behoorlijk aan te klooien, want ik wilde die krengen echt dichtbij hebben, op een centimeter of vijftig, zestig."

Krengen? "Dat bedoel ik positief ­natuurlijk. De brutaliteit van de meeuw, die heb ik echt leren waarderen. Bedenk je eens hoe meeuwen leven. 's Morgens zitten ze bij De Koog op Texel en dan besluiten ze die dag eens naar Amsterdam te vliegen. Hun gedrag is bijzonder. Dat het zulke acrobaten zijn, dat ze zo mooi zijn als je het beeld bevriest, dat had ik niet verwacht."

 

 

 

 

 ‘Dat ze zo mooi zijn, had ik niet verwacht’ © Gerard Schoone

Terug naar pagina